Onbegrijpelijke teksten, je kent ze wel. Bijsluiters bij pillen, pensioenreglementen, koopakten. Nog altijd schrijven veel professionals (juristen, bankiers, artsen, verzekeraars) onnauwkeurige teksten. Met veel abstracte en formele taal, vaktermen, ingewikkelde en onduidelijke zinnen. Is dat erg? Ja.

Niemand houdt van onbegrijpelijke teksten. Drie keer lezen en dan nog niet snappen is bloedirritant. Maar belangrijker: die teksten schieten hun doel voorbij. Het boek De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck (2011) geeft vooral de schuld aan taalniveau C1 en windt zich op over de gevolgen van dit soort teksten.

Zo zou de helft van de mensen met een eigen huis denken dat ze met een aflossingsvrije hypotheek hun lening niet hoeven terug te betalen. En zou de helft van de mensen zijn medicijnen verkeerd gebruiken. Als dit al hard te maken is, lijkt het me sterk dat dat aan een taalniveau ligt. Daarover heeft jaren geleden al een flinke discussie gewoed. Wél laten ze in dit boek mooie voorbeelden zien van onnauwkeurige teksten en waar die toe kunnen leiden.

‘In principe spreekt de uitspraak voor zich’

Er was eens een spitsstrook op de A1. Vers aangelegd om files te bestrijden. Er was ook een actiegroep die die strook niet wilde omdat ze zich zorgen maakte over de luchtkwaliteit. De actiegroep klopte aan bij de Raad van State. Na de uitspraak van de Raad van State liet het ministerie van Verkeer en Waterstaat de spitsstrook dicht. Vier jaar later reed iemand van de Raad van State over de A1. Tot zijn grote verbazing zag hij dat de spitsstrook dicht was, terwijl in de uitspraak had gestaan dat hij gewoon open mocht. Maar dat was de mensen op het ministerie totaal onduidelijk.

Uitspraak Raad van State: juridische rijstebrij

De vice-president van de Raad van State: ‘Wij zijn onafhankelijk rechter en in principe spreekt de uitspraak voor zich. Maar de interpretatie van de uitspraak kan wel een probleem zijn.’

De uitspraak bracht iedereen in de war. De strook bleef dicht en de files groeiden. Dat was niet gebeurd als ze gewoon hadden geschreven: ‘De minister mag de spitsstrook openen. Maar dan mogen auto’s en motoren daar niet harder rijden dan 80 kilometer per uur.’

De taal van mr. Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck opent met dit voorbeeld. C1, stellen ze, is de grote pain-in-the-ass van onze maatschappij. Gelukkig is daar B1, met al haar kracht en charme.

De B van Begrijpelijk?

B1 is inderdaad overal. Iedereen moet ‘over op B1’, als een magische norm waaraan teksten moeten voldoen. En iedereen zoekt zich al jaren het schompes want harde lijsten of richtlijnen zijn er niet. Dat klopt, want B1 zegt iets over hoe goed iemand een vreemde taal beheerst. Het gaat over de gebruiker. Iemand met B1-niveau kan alledaagse gesprekken voeren en eenvoudige teksten lezen.

B1 staat niet gelijk aan begrijpelijk; C1 niet aan onbegrijpelijk. Voor tekstschrijvers is het vooral van belang dat de lezer snapt wat er staat zodat de tekst zijn doel bereikt. En ook nog eens een grotere doelgroep, want begrijpelijke teksten zijn ook goed te volgen voor lageropgeleiden en mensen voor wie het Nederlands de tweede taal is. Ik ben betrokken bij een taalgroep voor Eritrese nieuwkomers in Amersfoort en schaam me vaak kapot voor de onmogelijke (overheids)teksten waar zij mee te maken krijgen. Helemaal als het om belangrijke zaken gaat.

Klare taal, dat willen we allemaal. Gelukkig zijn er prima richtlijnen. Lees hier mijn tien tips voor begrijpelijk schrijven.

Het verhaal van Jip en Janneke kun je trouwens ook in het Onbegrijpelijk vertalen. De Speld legt Jip en Janneke uit in onbegrijpelijke taal.  

Wil je ook een website die werkt? Meld je nu aan! Als mijn nieuwe site in de lucht is, krijg je elke week een gouden schrijftip.