Hoe je een begrijpelijk boek schrijft over moeilijke materie

Onlangs verscheen het boek Plussen en minnen. Wiskunde en de wereld om ons heenHet is geschreven door het jonge genie Stefan Buijsman (23), filosoof van de wiskunde. ‘Een soort Sheldon Cooper uit The Big Bang Theory, maar dan met veel grotere sociale vaardigheden,’ schreef het Svenska Dagbladet. (Stefan geeft college aan de universiteit van Stockholm). (En ik redigeerde zijn boek).

Dan denk je: filosofie + wiskunde, dat klinkt vet ingewikkeld. Maar Stefan bewijst dat je moeilijke materie begrijpelijk kunt beschrijven. Hoe doet hij dat? Hoe schrijf je toegankelijk over een complex onderwerp waar je gruwelijk veel van weet?

Het begint allemaal met het verleiden van je lezer.

1. Inleiding: verleid je lezer

Stefan trekt de aandacht door te beginnen met De Vraag: waar is wiskunde goed voor? En laat meteen zien dat:
1. wiskunde achter vrijwel alles zit: van cruisecontrol tot zoekmachine, van weersvoorspelling tot koffiezetapparaat.
2. een beetje begrip van de wiskunde supernuttig is in tijden van nepnieuws en misleidende statistieken.

Als je meteen als een vakidioot los gaat en de diepte induikt, haken een hoop lezers af. Die willen eerst weten: waarom is dit belangrijk voor mij? Waarom moet ik dit lezen? Maak dat in je inleiding (en in je flaptekst) duidelijk.

2. Hoofdstukindeling: maak je structuur aantrekkelijk

Veel experts zijn gewend een betoog (chrono)logisch op te bouwen: van kop tot staart. Dat is niet altijd de meest uitnodigende structuur. Stefan had kunnen starten met een hoofdstuk over het allervroegste begin van de wiskunde. Maar zijn eerste hoofdstuk heet ‘Wiskunde om ons heen’. Dat gaat over Google, Netflix en de dienstregeling van de NS: wiskundige toepassingen die je kent uit je dagelijks leven. Zo heeft hij veel sneller je aandacht en ben je van harte bereid om je verder te verdiepen in de wondere wereld van de wiskunde.

Kijk eens kritisch naar je hoofdstukindeling. In welke volgorde vertel jij je verhaal? Kan het aansprekender? Een iets dynamischer opbouw zorgt vaak voor een wat boeiender boek.

3. Koppen: gebruik goeie kreten

Met aansprekende hoofdstuktitels en tussenkoppen breng je je lezer ook in een goede stemming. Niet alleen weet hij dan wat hij inhoudelijk kan verwachten, maar ook krijgt hij meer zin om (verder) te lezen. Blader eens wat tijdschriften door en kijk hoe je je koppen wat losser kunt formuleren. Intrigerender.
In Plussen en minnen staan koppen als:
Figuren herkennen, zelfs een kuiken kan het
Kanker effectiever behandelen dankzij wiskunde
Nicholas Cage en zwembaden

Bekijk zijn complete hoofdstukindeling hier.

4. Inhoud: verplaats je in je lezer

Ook kun je je verhaal begrijpelijker en aantrekkelijker maken door inhoudelijk aan te sluiten bij het ‘hoofd’ van je doelgroep. Stefan kruipt in de huid van zijn lezer – de geïnteresseerde leek – en blijft dichtbij zijn belevingswereld. Hij verwijst naar bekende zaken, geeft veel aandacht aan toepassingen en minder aan theoretische achtergronden. Met voorbeelden trekt hij zijn verhaal naar het hier en nu van zijn lezer.

Bijvoorbeeld: Zonder integralen en differentialen was het onhaalbaar geweest om vooraf te voorspellen dat de Eiffeltoren zou blijven staan, of dat een reuzenrad werkt. Laat staan om de veel ingewikkeldere gebouwen van vandaag de dag veilig te ontwerpen.

Bekijk je tekst kritisch. Jij als expert kunt iets razend interessant vinden, maar een lezer zit daar misschien niet op te wachten. Die hoeft geen uiteenzetting van theorieën maar een slag verder: wat kan/moet ik daarmee? En andersom: bedenk wat je lezer al weet en wat hij zou willen weten over jouw onderwerp. Je kunt bijvoorbeeld veelgestelde vragen benoemen en beantwoorden. Of anekdotes/gevallen uit je eigen praktijk verhalend beschrijven. Of bestaande mythes/fabels over jouw onderwerp factchecken.

5. Bruggetjes: benoem de samenhang

Een lezer wil je verhaal gemakkelijk kunnen volgen. En niet steeds denken: wat heeft dit ermee te maken? Waarom moet ik dit zijpad in? Is dit wel een zijpad? Waar is de hoofdweg gebleven? Als je goed laat zien hoe je (deel)onderwerpen met elkaar zijn verbonden, is je tekst veel stuwender. Dan begrijp je als lezer waarom je leest wat je leest.

Stefan maakt heldere bruggetjes tussen de ene en de andere passage. Bijvoorbeeld: Niet alleen het weer verandert. Ook andere dingen doen dat, gebouwen bijvoorbeeld. En dan gaat hij verder over gewicht dat op stukken staal komt te staan en dat je dat met integralen en differentialen kunt berekenen.

Ook met simpele woorden kun je laten zien hoe het ene onderwerp zich verhoudt tot het andere. Je lezer kan je makkelijker volgen als je de boel meer verbindt met woorden als: dus, toch, maar, net zoals, daarom.

6. Stijl: schrijf zoals je praat

Een andere manier om je verhaal goed leesbaar te maken: schrijf niet zo wetenschappelijk. Formuleer wat losser, meer zoals je het op een feestje zou vertellen aan iemand die er weinig van weet. Stefan doet dit bijvoorbeeld ook door geen ‘men’ te schrijven maar ‘je’. Geen ‘echter’ maar ‘maar’. Door geen vaktaal te gebruiken. Geen afkortingen. En door actieve zinnen te maken (‘zij ontdekten’ in plaats van ‘de ontdekking werd gedaan’ en ‘zie je’ in plaats van ‘kan worden waargenomen’). En bij lastige stukken komt hij zijn lezer tegemoet: ik weet dat dit abstract klinkt, maar ….

Wat ook goed werkt en wat bij praten automatischer gaat dan bij schrijven: benadruk jouw fascinatie, jouw liefde voor je onderwerp. Dat is heel aanstekelijk. Als dat meer doorklinkt, word je als lezer ook sneller enthousiast.

7. Opmaak: verluchtig de boel

Om je ingewikkelde verhaal begrijpelijker te maken én wat te verluchtigen: gebruik beeld. Illustraties, foto’s, grafieken, cartoons. Ook met de opmaak kun je je tekst wat leesbaarder en lichter maken: hier en daar een kader met een lijstje/anekdote/weetje en aardige tussenkoppen doen al veel. Je kunt ook bepaalde kreten uitlichten, op zijn Tijdschrifts.

Kortom: doe wat past bij jouw verhaal. Moeilijke materie begrijpelijk beschrijven betekent niet: hapklare brokken, zwart-wit, versimpelen, door de knieën en schreeuwerige koppen. Het betekent wel: aansprekend schrijven. Zodat jouw boeiende verhaal veel lezers bereikt.

Hopelijk heb je hier iets aan. In een eerder blog vind je meer tips voor het schrijven van begrijpelijke teksten. Heb je zelf nog aanvullingen? Laat het me weten!

Reacties van harte welkom!

Begrijpelijke teksten schrijven