Verbind! Tip voor schrijvers non-fictieboek

Minder is niet altijd meer

Schrappen kan je tekst enorm opknappen. Kritisch naar je manuscript kijken is altijd goed. Net als bij je kapsel. Je kunt wel denken: die krullen zitten prima, maar in de spiegel van de kapper zie je ineens een steil matje in plaats van de Carolien Borgersachtige bos die je dacht te hebben. Ieuw. De schaar erin!

Maar soms is meer beter, dan moet je juist aanvullen. De onderlinge samenhang is in veel manuscripten non-fictie te vaag aangegeven. Zo zonde – want je kunt nóg zo’n goed onderwerp hebben en een prettige stijl, maar als je verhaal alle kanten op gaat en het onderlinge verband niet duidelijk is, haakt je lezer af. Waarom lees ik dit? Wat heeft dit ermee te maken?

Is dit met jouw manuscript aan de hand? Vaak is het te fiksen!

Tip: benoem de samenhang

Neem je lezer mee in je verhaal, loods hem door je betoog. Laat de structuur zien.

Op grof niveau (boek als geheel) doe je dat zo: schrijf een inleiding.
Geef daarin aan wat je in je boek bespreekt en in welke volgorde. Als je jezelf dwingt dat te formuleren, merk je vaak al snel waar het wringt in opbouw. Misschien zie je een stuk dat nu aan het einde staat, maar (chrono)logischer zou zijn aan het begin. Misschien ga je hoofdstukken meer clusteren op thema en valt je op dat twee hoofdstukken ongeveer hetzelfde onderwerp hebben. En dat er een hoop herhaling is. Ga dan eerst met de hoofdstukindeling aan de slag. Houd je structuur hoe dan ook simpel.

Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: eerder zagen we x, nu bespreken we y

Op fijn niveau (binnen het hoofdstuk) ga je op dezelfde manier te werk: schrijf per hoofdstuk een inleidende alinea. Geef aan wat er gaat komen. Doe het maar eens over the top nadrukkelijk: in het vorige hoofdstuk zagen we x, nu bespreken we y. Vervolgens smeed je je deelhoofdstukken en alinea’s aan elkaar met verbindende zinnen, bruggetjes. Dat kan al met één woord als ‘maar’ of ‘desondanks’. Lukt dit niet goed? Probeer te ontdekken waar het hem in zit. Misschien behandel je dingen van een verschillende orde dwars door elkaar. Of spreek je jezelf tegen. Grijp het aan om je boek sterker te krijgen.

Laat je lezer niet spartelen

Geef je lezer meer houvast. Laat hem het niet allemaal zelf destilleren. De lezer van ‘harde’ non-fictie wil weten wat hij leest en waar hij is in het geheel. Laat hem merken dat alles wat hij leest ontzettend noodzakelijk is. Kun je dat niet goed formuleren, dan rammelt er waarschijnlijk iets in je opbouw.

Noem me een structuurnazi, maar veel lezers worden onrustig van alle-kanten-op en van onduidelijke verbanden. Lezers van non-fictie dan. En niet die van de verhalende variant. En al helemaal niet die van andere genres.

Het een en ander in los verband

De wind voor mijn raam
Laat een krant zomaar gaan
De pick-up van hiernaast
Draait een plaat. Heel verbaasd
Zie ik hoe die krant gaat
Op de maat van de plaat

Nu weet die krant niet
Van die plaat, van dat lied
En die plaat heeft niet door
Dat die krant bij hem hoort
Alleen ik zie die krant
Hoor die plaat, leg dat verband

Alleen ik
Maar ja, daar nóém je ook even
Iemand

Karel Eykman

Reacties van harte welkom!

Don't make me think